Syndrome vs. Selah Sue

Ziet dan echt NIEMAND het?

Posted in Uncategorized | 1 Comment

112+

1-1-2… daar red je levens mee – is een ieder bekend. Onlangs kwam daarbij:
1-1-4… red een dier – tsja. Maar binnenkort komt -ein-de-lijk- ook:
1-1-1… meld een Roemeen* en dan zul je zien dat we ook niet meer lang hoeven te wachten op:
1-1-3… voor een homo, les- of bie
1-1-5… bij een boerka om het lijf
1-1-6… voor eten zonder vork of mes
1-1-7… als mensen geen handen willen geven
1-1-8… als er iemand europees vlagt
1-1-9… voor + 130 km/m over de wegen
1-1-10… illegaal gezien

* Idd. je reinste racisme

Elles Rozing liked this post
Posted in Al gemeen, Politiek | 1 Comment

Where do I post my status?

Where do I post my status? Well…

Posted in Uncategorized | Leave a comment

X

(Een reactie op deze FB-post)

Een vriend van mij heeft iets met mensen die hun armen weid uitspreiden: om te zwaaien, om te balanceren, omdat ze te veel ijzer in het bloed hebben, om te provoceren, om wat voor reden dan ook; het resulteert bewust of onbewust in een Jezusfiguur.

Als je er op gaat letten komt die pose keer op keer terug, bijvoorbeeld in films. Maar niet alleen het beeld van Jezus als pose, maar ook als karakter. In ieder verhaal, in iedere film zit iets wat te herleiden is op Christus. De (anti-)held van een film kan dat heel goed zijn, maar het zou ook zomaar een onopvallend sleutelfiguur kunnen zijn.

Die gedachte is wat betreft terug te leiden op de idee dat ieder verhaal bewust of onbewust wijst op een onderliggend verhaal. Tijdens deze toespraak legt Tim Keller uit hoe J.R.R. Tolkien C. S. Lewis ervan probeerde te overtuigen dat het christendom geloofwaardig was:

YouTube Preview Image
v.a. 24.30

Posted in Al gemeen, Boeksels, Geest en waarheid | Tagged , , , , , , , , , , , , | 5 Comments

De 10 beste albums in mijn kast

De 10 pop albums uit mijn kast die mij het meest doen in chronologische volgorde:

Neil Young – 1975 – Tonights the Night
Gemaakt na en over het overlijden van roadie en vriend Bruce Berrie. De emotie druipt er vanaf. Niet zoals bij een soap, maar zoals bij iemand die geraakt is in het meest existentiële deel van zijn leven.

Pink Floyd – 1977 – Animals
Het heeft een keer of 15 maal spelen geduurd voordat ik deze cd in de auto verwisselde voor een andere. Dat verdient een plaatsje in de top 10.

Van Morrison – 1986 – No Guru No Method No Teacher
Spiritueel album van Van waarbij op bijna bovennatuurlijke wijze zijn rauwe stem perfect samensmelt met de melodieuze muziek. “It don’t matter what they say, it don’t matter what they do. All that matters is: my relationship to you.” Het rijmt, maar toch is het waar.

U2 – 1993 – Zooropa
Thema-albums kunnen goed uitpakken. U2 pusht het cyber-pop idee tot het uiterste en profeteert tegen een soort virtuele wereld waarin alles maakbaar en haalbaar is. Johnny Cash maakt het album af: ”They say they want the Kingdom, but they don’t want God in it.”

Jeff Buckley – 1994 – Grace
Ik weet nog dat ik in Rotterdam op de metro stond te wachten en toen Grace hoorde op mijn (jawel) MiniDisk speler. Dit – dacht ik – is perfect!

16 Horsepower – 1998 – Low Estate
Het was even twijfelen tussen dit meer traditionele album en de rocker “Secret South“, maar de sfeer gaf de doorslag. Overigens staat er naast volksmuziek en country genoeg rots op dit album. Ook het enige 16 HP album met Denver Gentlemen gitarist/zanger Jeffrey Paul Norlander. Zonde, zonde, zonde dat hun wegen slechts één maal kruisten.

Zita Swoon – 1999 – I Paint Pictures on a Wedding Dress
De sympathieke Stef Kamil Carlens levert een album af waarop alternatief en luisterbaar gecombineerd worden zoals ik dat nog nergens anders ben tegengekomen. De maten en melodiën wisselen soms per maat van toonsoort en ritme, maar het blijft muziek, of beter: het blijven liedjes.

Eels – 1999 – Daisies of the Galaxy
Lekkere popliedjes. Een conceptueel album noemt een recensist het.  Mwa… Prima concept in dat geval. Jammer van dat gevloek. Is dat functioneel?

Coldplay – 2005 – X & Y
Chris en zijn mannen zijn niet bang voor een orgel met strings erover. Mooi gitaarwerk, prachtige liedjes. Misschien wel de plaat die ik het meest geluisterd heb.

Ryan Adams and the Cardinals – 2008 – Cardinology
“Papa, is dit je favoriete liedje?” “Hoezo?” “Nou, omdat je hem meezing.” “Hmm… misschien wel ja.” Het is in ieder geval Adams eerste evenwichtige album, met stevige rockers en subtiele emo-indie-rock en meeslepende country-rock. (Ik pluk ook maar even wat termen van het web). Wie kan er zo pakkend zingen over Cobwebs?

Posted in fLuister | Leave a comment

De haat tegen het westen – Jean Ziegler

Zo beknopt en helder als de Zwitserse diplomaat zijn boek hier:
uitlegt, zo warrig en omslachtig is dat boek zelf. Wat niet wil zeggen dat je na het zien van het filmpje het boek niet meer hoeft te lezen. Want de stijl is niet alleen gruwelijk, wat er wordt geschreven en beschreven is nog veel gruwelijker.

De haat tegen het westen en de scheve verhoudingen, zijn niet alleen domme pech van mensen die in te droge of te warme landen wonen, ze zijn het gevolg van een geschiedenis van plundering, slavernij en kolonisatie, m.a.w. : door onze collectieve schuld (Henk Bakker).

Groot gemis is dat Jean geen handvatten geeft voor de westerse burger om iets van dat verleden recht te zetten. Hij geeft wel voorbeelden van een omslag in met name Bolivia, en ook hoe bijvoorbeeld Noorwegen daarbij heeft geholpen door expertise uit te besteden in de vorm van technici, maar niet van wat jij en ik kunnen doen om er voor te zorgen dat wat er scheef gegroeid is recht gezet kan worden.

Een gemiste kans, want als je het boek uit hebt wil je niks liever dan iets doen. Misschien een sequel? Henrie Nouwen neemt in zijn boek “De weg naar vrede” als westerling wel duidelijk stelling in over hoe dat zou kunnen.

Posted in Boeksels, Politiek | Leave a comment

Schuld(ig)

Met dit bizarre verhaal begint Lucas 16:

Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?” “Honderd vaten olijfolie,” antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan,” luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld.

Posted in Geest en waarheid | Tagged , , , | Leave a comment

Water naar de zee

De laatste tijd vraag ik me veel af waarom God zich niet concreter in mijn leven openbaart. Een paradoxaal antwoord kreeg ik hierop toen ik het volgende las in Johannes 4: Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen?’

U hebt geen emmer! U kunt niks voor mij betekenen. Wat heb ik aan u? Geen plaats in de herberg. Maar de vrouw, en wellicht ik ook, zat er naast: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen.

Jezus wil alleen geven wat ik echt nodig heb om nooit meer dorst te krijgen. Geen doekjes voor het bloeden, geen gadgets, geen zout water naar de zee. Alleen levend water.

Posted in Geest en waarheid | Tagged , , | Leave a comment

Lost

Is Homerus zijn Odysseus zowel je jongste zoon, oudste zoon en vader uit het verhaal van de verloren zoon uit Lucas 15? Ik heb gisteren de film ‘The Odyssey’ uit 1997 uit gekeken en ook heb ik net Henrie Nouwen zijn boek over de verloren zoon ‘Eindelijk thuis’ gelezen. In mijn brein ontmoetten de beiden verhalen elkaar.

De jongste zoon
Op maar liefst twee van de plus minus zes eilanden die Odysseus tijdens zijn reis aandoet blijft hij hangen bij bekorige dames die hem inpalmen en zijn tijd verdoen. Hij blijft een jaar of 20 weg en daarvan hangt hij er zo’n 10 (?) in de armen van schone halfgodinnen. Ook de jongste zoon verdoet zijn kapitaal aan de hoeren (aldus de oudste zoon), verspilt zijn tijd en geld. Beiden merken ze op den duur dat het nergens toe leidt (de jongste zoon wat radicaler) en keren ze weer huiswaards.

De oudste zoon
Misschien is het hoofdthema van het verhaal wel Odysseus zijn trots en ego en onwil te erkennen dat hij het zonder de goden niet afkan. Odysseus doet het uiteindelijk beter dan zijn tegenhanger in de bijbel, want hij komt wel tot inkeer.

De vader
Uiteindelijk is Odysseus natuurlijk de vader die thuis orde op zaken komt stellen. De mannen die zijn vrouw Penelope wilden trouwen en zo zijn rijk, of in zijn eigen woorden: zijn wereld wilden overnemen krijgen als antwoord daarop het deksel op hun neus, de dood in de pot, de speer in de borst. Is dat niet ook een beetje de boodschap van de bijbel en het verhaal van de verloren zoon: als je het alleen wilt doen, als je de Schepper er buiten wilt houden dan leef je een doods leven. Zonder de bron van leven is er uiteindelijk geen leven.

De ware zoon
Bovendien heeft Odysseus messiaanse trekjes. Zo daalt hij af de onderwereld in en kan hij de taak volbrengen die verder niemand aankan. Als de boog gespannen moet worden en een pijl door een reeks gaten gejast moet worden stelt iemand: “No living man could do that.” is Odysseus zijn tegenstelling: “Then how about a dead man?”

Posted in Boeksels, Geest en waarheid | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Uit de Raad geklapt

De uit de raad geklapt stukjes niet duidelijk afgebakend of ingekaderd. Het staat een schrijvend raadslid vrij te schrijven over zijn of haar clusters met taakvelden, over wat er speelt in de raad of gemeente, of over hoe je het vindt in de raad, of een stukje ter geloofsopbouw, etc.

Dat brengt mij op het volgende: Nietzsche en Tolstoj, schrijft G. K. Chesterton, staan beiden op een kruising met vele afslagen. Maar beiden blijven ze daar staan en gaan ze nergens heen. Tolstoj niet omdat hij nergens heen mag, Nietzsche niet omdat hij overal heen mag. Dat laatste gevoel bekruipt mij ook wel een beetje nu. Daar sta ik dan. Waarover te schrijven als alles is toegestaan? Niet alles bouwt op ten slotte.

Gisterenavond mocht ik deel uitmaken van een zeer gemêleerd gezelschap dat zich bezighoud met het beroepen van nieuwe voorganger. Als opening van de avond hebben we gisteren verschillende stukjes uit de bijbel gelezen en daar met elkaar over nagedacht. Een van die stukjes was Exodus 20. Maar dan niet het deel met de tien geboden, maar de verzen direct daarna (vs 18-21).
In dat stukje durft het volk Israël de de uitnodiging tot contact met God niet aan. Ze zijn vervuld met angst voor God. De berg was omringd met rook en het onweer was niet van de lucht. Het moet een groot mystiek, mysterieus spektakel zijn geweest. Mozes legt zijn volk uit: “God is gekomen om u op de proef te stellen en u met ontzag voor hem te vervullen, zodat u niet meer zondigt.”, maar die uitwerking heeft het niet. Ze worden niet met ontzag, maar met angst vervuld. Ze schuiven Mozes naar voren als tussenpersoon. “Spreekt u met ons, wij zullen naar u luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.” Naast de gedachte dat Mozes hier een beeld is van Christus komt hier heel duidelijk een gebruik naar voren dat in de geschiedenis van de mensheid als een boemerang terugkeert: we zijn bang voor God en schuiven liever een leider, een priester, een voorganger, een paus of een koning tussen ons en God in dan dat we zelf op de uitnodiging van God ingaan. We zijn bang: ze houden Tolstoj’s hand vast en wachten op een leider die hen een bepaalde richting op doet gaan.

Gisterenavond kwam er nog een werkgroep bij elkaar; namelijk een om na te denken over ethiek en identiteit. Zij waren, net als wij, bezig met een soort profielschets van de gemeente. Wie zijn wij? Een vriend van mij wees mij pas op een preekserie die Henrie Nouwen houdt over identiteit. Ook hij vraagt zich af: wie ben ik, wie zijn wij? In het leven zijn er drie zaken die onze identiteit bepalen:
1. We zijn wat we doen (of gedaan hebben)
2. We zijn wat we hebben
3. We zijn wat de mensen over ons zeggen
Deze drie punten, en misschien de laatste wel het meest, bepalen hoe wij tegen onszelf aankijken. Voortdurend zijn we bezig met presteren, met verwerven en met voordoen. Maar dat, zegt hij met een paar uitroeptekens is niet wie wij zijn. Het zijn leugens. Het zijn de drie zaken waarmee Jezus in de woestijn verleidt wordt door de duivel: Spring van de tempel en de engelen zullen je opvangen, met jouw status heb je niets te vrezen. Verander die stenen in brood: laat zien wie wat je kunt. En: kniel voor mij en ik zal je alles geven.
Wie zijn we dan wel? Wat bepaalt onze identiteit als mens, maar ook als gemeente, als we niet zijn wat we kunnen, wat we hebben of wat de mensen zeggen dat we zijn? Wij zijn geliefde dochters en zonen van God. Daarin ligt vast wie we zijn. Voordat Jezus de woestijn ingaat om op de proef gesteld te worden, wordt Hij door de Vader gezegend: “Dit is mijn geliefde Zoon.” En dat geldt ook voor ons.
Dat is de waarheid die we onszelf meer en meer toe moeten eigenen. Dat we geliefde zoons en dochters van God zijn. Maar ook mogen we beseffen dat die ander een geliefde zoon of dochter van God is. Als we zo naar onszelf en naar anderen mogen kijken zullen we niet meer van angst vervuld te hoeven zijn over welke weg we in moeten slaan, we hoeven niet meer bang te zijn God te ontmoeten. We mogen ontzag voor hem hebben, zoals we dat voor een goed vader hebben, maar we mogen onze relatie met God ten volle leven.

(dit stukje stond ook in de Omgang van oktober)

Posted in Uncategorized | Leave a comment