Where do I post my status?

Where do I post my status? Well…

Posted in Uncategorized | Leave a comment

X

(Een reactie op deze FB-post)

Een vriend van mij heeft iets met mensen die hun armen weid uitspreiden: om te zwaaien, om te balanceren, omdat ze te veel ijzer in het bloed hebben, om te provoceren, om wat voor reden dan ook; het resulteert bewust of onbewust in een Jezusfiguur.

Als je er op gaat letten komt die pose keer op keer terug, bijvoorbeeld in films. Maar niet alleen het beeld van Jezus als pose, maar ook als karakter. In ieder verhaal, in iedere film zit iets wat te herleiden is op Christus. De (anti-)held van een film kan dat heel goed zijn, maar het zou ook zomaar een onopvallend sleutelfiguur kunnen zijn.

Die gedachte is wat betreft terug te leiden op de idee dat ieder verhaal bewust of onbewust wijst op een onderliggend verhaal. Tijdens deze toespraak legt Tim Keller uit hoe J.R.R. Tolkien C. S. Lewis ervan probeerde te overtuigen dat het christendom geloofwaardig was:

YouTube Preview Image
v.a. 24.30

Posted in Al gemeen, Boeksels, Geest en waarheid | Tagged , , , , , , , , , , , , | 5 Comments

De 10 beste albums in mijn kast

De 10 pop albums uit mijn kast die mij het meest doen in chronologische volgorde:

Neil Young – 1975 – Tonights the Night
Gemaakt na en over het overlijden van roadie en vriend Bruce Berrie. De emotie druipt er vanaf. Niet zoals bij een soap, maar zoals bij iemand die geraakt is in het meest existentiële deel van zijn leven.

Pink Floyd – 1977 – Animals
Het heeft een keer of 15 maal spelen geduurd voordat ik deze cd in de auto verwisselde voor een andere. Dat verdient een plaatsje in de top 10.

Van Morrison – 1986 – No Guru No Method No Teacher
Spiritueel album van Van waarbij op bijna bovennatuurlijke wijze zijn rauwe stem perfect samensmelt met de melodieuze muziek. “It don’t matter what they say, it don’t matter what they do. All that matters is: my relationship to you.” Het rijmt, maar toch is het waar.

U2 – 1993 – Zooropa
Thema-albums kunnen goed uitpakken. U2 pusht het cyber-pop idee tot het uiterste en profeteert tegen een soort virtuele wereld waarin alles maakbaar en haalbaar is. Johnny Cash maakt het album af: ”They say they want the Kingdom, but they don’t want God in it.”

Jeff Buckley – 1994 – Grace
Ik weet nog dat ik in Rotterdam op de metro stond te wachten en toen Grace hoorde op mijn (jawel) MiniDisk speler. Dit – dacht ik – is perfect!

16 Horsepower – 1998 – Low Estate
Het was even twijfelen tussen dit meer traditionele album en de rocker “Secret South“, maar de sfeer gaf de doorslag. Overigens staat er naast volksmuziek en country genoeg rots op dit album. Ook het enige 16 HP album met Denver Gentlemen gitarist/zanger Jeffrey Paul Norlander. Zonde, zonde, zonde dat hun wegen slechts één maal kruisten.

Zita Swoon – 1999 – I Paint Pictures on a Wedding Dress
De sympathieke Stef Kamil Carlens levert een album af waarop alternatief en luisterbaar gecombineerd worden zoals ik dat nog nergens anders ben tegengekomen. De maten en melodiën wisselen soms per maat van toonsoort en ritme, maar het blijft muziek, of beter: het blijven liedjes.

Eels – 1999 – Daisies of the Galaxy
Lekkere popliedjes. Een conceptueel album noemt een recensist het.  Mwa… Prima concept in dat geval. Jammer van dat gevloek. Is dat functioneel?

Coldplay – 2005 – X & Y
Chris en zijn mannen zijn niet bang voor een orgel met strings erover. Mooi gitaarwerk, prachtige liedjes. Misschien wel de plaat die ik het meest geluisterd heb.

Ryan Adams and the Cardinals – 2008 – Cardinology
“Papa, is dit je favoriete liedje?” “Hoezo?” “Nou, omdat je hem meezing.” “Hmm… misschien wel ja.” Het is in ieder geval Adams eerste evenwichtige album, met stevige rockers en subtiele emo-indie-rock en meeslepende country-rock. (Ik pluk ook maar even wat termen van het web). Wie kan er zo pakkend zingen over Cobwebs?

Posted in fLuister | Leave a comment

De haat tegen het westen – Jean Ziegler

Zo beknopt en helder als de Zwitserse diplomaat zijn boek hier:
uitlegt, zo warrig en omslachtig is dat boek zelf. Wat niet wil zeggen dat je na het zien van het filmpje het boek niet meer hoeft te lezen. Want de stijl is niet alleen gruwelijk, wat er wordt geschreven en beschreven is nog veel gruwelijker.

De haat tegen het westen en de scheve verhoudingen, zijn niet alleen domme pech van mensen die in te droge of te warme landen wonen, ze zijn het gevolg van een geschiedenis van plundering, slavernij en kolonisatie, m.a.w. : door onze collectieve schuld (Henk Bakker).

Groot gemis is dat Jean geen handvatten geeft voor de westerse burger om iets van dat verleden recht te zetten. Hij geeft wel voorbeelden van een omslag in met name Bolivia, en ook hoe bijvoorbeeld Noorwegen daarbij heeft geholpen door expertise uit te besteden in de vorm van technici, maar niet van wat jij en ik kunnen doen om er voor te zorgen dat wat er scheef gegroeid is recht gezet kan worden.

Een gemiste kans, want als je het boek uit hebt wil je niks liever dan iets doen. Misschien een sequel? Henrie Nouwen neemt in zijn boek “De weg naar vrede” als westerling wel duidelijk stelling in over hoe dat zou kunnen.

Posted in Boeksels, Politiek | Leave a comment

Schuld(ig)

Met dit bizarre verhaal begint Lucas 16:

Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?” “Honderd vaten olijfolie,” antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan,” luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld.

Posted in Geest en waarheid | Tagged , , , | Leave a comment

Water naar de zee

De laatste tijd vraag ik me veel af waarom God zich niet concreter in mijn leven openbaart. Een paradoxaal antwoord kreeg ik hierop toen ik het volgende las in Johannes 4: Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen?’

U hebt geen emmer! U kunt niks voor mij betekenen. Wat heb ik aan u? Geen plaats in de herberg. Maar de vrouw, en wellicht ik ook, zat er naast: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen.

Jezus wil alleen geven wat ik echt nodig heb om nooit meer dorst te krijgen. Geen doekjes voor het bloeden, geen gadgets, geen zout water naar de zee. Alleen levend water.

Posted in Geest en waarheid | Tagged , , | Leave a comment

Lost

Is Homerus zijn Odysseus zowel je jongste zoon, oudste zoon en vader uit het verhaal van de verloren zoon uit Lucas 15? Ik heb gisteren de film ‘The Odyssey’ uit 1997 uit gekeken en ook heb ik net Henrie Nouwen zijn boek over de verloren zoon ‘Eindelijk thuis’ gelezen. In mijn brein ontmoetten de beiden verhalen elkaar.

De jongste zoon
Op maar liefst twee van de plus minus zes eilanden die Odysseus tijdens zijn reis aandoet blijft hij hangen bij bekorige dames die hem inpalmen en zijn tijd verdoen. Hij blijft een jaar of 20 weg en daarvan hangt hij er zo’n 10 (?) in de armen van schone halfgodinnen. Ook de jongste zoon verdoet zijn kapitaal aan de hoeren (aldus de oudste zoon), verspilt zijn tijd en geld. Beiden merken ze op den duur dat het nergens toe leidt (de jongste zoon wat radicaler) en keren ze weer huiswaards.

De oudste zoon
Misschien is het hoofdthema van het verhaal wel Odysseus zijn trots en ego en onwil te erkennen dat hij het zonder de goden niet afkan. Odysseus doet het uiteindelijk beter dan zijn tegenhanger in de bijbel, want hij komt wel tot inkeer.

De vader
Uiteindelijk is Odysseus natuurlijk de vader die thuis orde op zaken komt stellen. De mannen die zijn vrouw Penelope wilden trouwen en zo zijn rijk, of in zijn eigen woorden: zijn wereld wilden overnemen krijgen als antwoord daarop het deksel op hun neus, de dood in de pot, de speer in de borst. Is dat niet ook een beetje de boodschap van de bijbel en het verhaal van de verloren zoon: als je het alleen wilt doen, als je de Schepper er buiten wilt houden dan leef je een doods leven. Zonder de bron van leven is er uiteindelijk geen leven.

De ware zoon
Bovendien heeft Odysseus messiaanse trekjes. Zo daalt hij af de onderwereld in en kan hij de taak volbrengen die verder niemand aankan. Als de boog gespannen moet worden en een pijl door een reeks gaten gejast moet worden stelt iemand: “No living man could do that.” is Odysseus zijn tegenstelling: “Then how about a dead man?”

Posted in Boeksels, Geest en waarheid | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Uit de Raad geklapt

De uit de raad geklapt stukjes niet duidelijk afgebakend of ingekaderd. Het staat een schrijvend raadslid vrij te schrijven over zijn of haar clusters met taakvelden, over wat er speelt in de raad of gemeente, of over hoe je het vindt in de raad, of een stukje ter geloofsopbouw, etc.

Dat brengt mij op het volgende: Nietzsche en Tolstoj, schrijft G. K. Chesterton, staan beiden op een kruising met vele afslagen. Maar beiden blijven ze daar staan en gaan ze nergens heen. Tolstoj niet omdat hij nergens heen mag, Nietzsche niet omdat hij overal heen mag. Dat laatste gevoel bekruipt mij ook wel een beetje nu. Daar sta ik dan. Waarover te schrijven als alles is toegestaan? Niet alles bouwt op ten slotte.

Gisterenavond mocht ik deel uitmaken van een zeer gemêleerd gezelschap dat zich bezighoud met het beroepen van nieuwe voorganger. Als opening van de avond hebben we gisteren verschillende stukjes uit de bijbel gelezen en daar met elkaar over nagedacht. Een van die stukjes was Exodus 20. Maar dan niet het deel met de tien geboden, maar de verzen direct daarna (vs 18-21).
In dat stukje durft het volk Israël de de uitnodiging tot contact met God niet aan. Ze zijn vervuld met angst voor God. De berg was omringd met rook en het onweer was niet van de lucht. Het moet een groot mystiek, mysterieus spektakel zijn geweest. Mozes legt zijn volk uit: “God is gekomen om u op de proef te stellen en u met ontzag voor hem te vervullen, zodat u niet meer zondigt.”, maar die uitwerking heeft het niet. Ze worden niet met ontzag, maar met angst vervuld. Ze schuiven Mozes naar voren als tussenpersoon. “Spreekt u met ons, wij zullen naar u luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.” Naast de gedachte dat Mozes hier een beeld is van Christus komt hier heel duidelijk een gebruik naar voren dat in de geschiedenis van de mensheid als een boemerang terugkeert: we zijn bang voor God en schuiven liever een leider, een priester, een voorganger, een paus of een koning tussen ons en God in dan dat we zelf op de uitnodiging van God ingaan. We zijn bang: ze houden Tolstoj’s hand vast en wachten op een leider die hen een bepaalde richting op doet gaan.

Gisterenavond kwam er nog een werkgroep bij elkaar; namelijk een om na te denken over ethiek en identiteit. Zij waren, net als wij, bezig met een soort profielschets van de gemeente. Wie zijn wij? Een vriend van mij wees mij pas op een preekserie die Henrie Nouwen houdt over identiteit. Ook hij vraagt zich af: wie ben ik, wie zijn wij? In het leven zijn er drie zaken die onze identiteit bepalen:
1. We zijn wat we doen (of gedaan hebben)
2. We zijn wat we hebben
3. We zijn wat de mensen over ons zeggen
Deze drie punten, en misschien de laatste wel het meest, bepalen hoe wij tegen onszelf aankijken. Voortdurend zijn we bezig met presteren, met verwerven en met voordoen. Maar dat, zegt hij met een paar uitroeptekens is niet wie wij zijn. Het zijn leugens. Het zijn de drie zaken waarmee Jezus in de woestijn verleidt wordt door de duivel: Spring van de tempel en de engelen zullen je opvangen, met jouw status heb je niets te vrezen. Verander die stenen in brood: laat zien wie wat je kunt. En: kniel voor mij en ik zal je alles geven.
Wie zijn we dan wel? Wat bepaalt onze identiteit als mens, maar ook als gemeente, als we niet zijn wat we kunnen, wat we hebben of wat de mensen zeggen dat we zijn? Wij zijn geliefde dochters en zonen van God. Daarin ligt vast wie we zijn. Voordat Jezus de woestijn ingaat om op de proef gesteld te worden, wordt Hij door de Vader gezegend: “Dit is mijn geliefde Zoon.” En dat geldt ook voor ons.
Dat is de waarheid die we onszelf meer en meer toe moeten eigenen. Dat we geliefde zoons en dochters van God zijn. Maar ook mogen we beseffen dat die ander een geliefde zoon of dochter van God is. Als we zo naar onszelf en naar anderen mogen kijken zullen we niet meer van angst vervuld te hoeven zijn over welke weg we in moeten slaan, we hoeven niet meer bang te zijn God te ontmoeten. We mogen ontzag voor hem hebben, zoals we dat voor een goed vader hebben, maar we mogen onze relatie met God ten volle leven.

(dit stukje stond ook in de Omgang van oktober)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De Goede Herder

De goede herder

Ik ben gek op Elly en Rikkert, maar heel af en toe slaan ze de plank tekstueel gezien net mis. Met name in de kinderliedjes wil dat wel eens gebeuren. Neem nu de Goede Herder; “Hij is overal.” Maar als je het verhaal van de goede herder leest (Lucas 15) staat er juist heel nadrukkelijk dat de herder niet bij zijn schapen was. In Mattheüs 26 zegt Jezus zelfs dat ze Hem, de herder, zullen doden “en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.”

Als het korte verhaal (3 verzen) over het verloren schaap begint zijn alle schapen nog bij hun herder; honderd in getal. Maar dan verdwijnt er een schaap. Dat is 1 schaap zonder herder. En dan gebeurt er iets wonderlijks: de (goede!) herder laat zijn 99 andere schapen alleen achter. In de woestijn!
Op dat moment zijn er 100 schapen (voor de duidelijkheid: dat zijn 100 van de 100 = 100% = alle schapen!) zonder herder. Daarna vindt de herder het verloren schaap en zijn er dus nog steeds 99 herderloos, nog later zijn ze allemaal weer bij elkaar.
Lang heb ik me afgevraagd wat een herder bezielt om 99 gezonde schapen achter te laten om 1 (afvallig) schaap in gevaar te gaan zoeken. Was dit de herder die de deur was en in de deuropening zijn slaapplaats had om zelfs tijdens zijn slaap zijn schapen te beschermen?
Niet lang geleden bedacht ik me dat het feit dat die herder zo onevenwichtig reageert juist iets zegt over het karakter van onze Herder. Over wie hij is. Het is niet zozeer dat dat ene schaap het enige is wat op dat moment telt, maar hij is zó overstuur, zijn hart schreeuwt het uit dat hij aan niets anders meer kan denken; dit schaap moet gered. De kudde, de kerk, de groep, de wereld, de mensheid: God zet ze in de wacht voor dit verloren schaap. Daarmee doet dit verhaal een appel op iedereen die zichzelf niet goed genoeg of juist te goed voor God vindt: want juist naar dat schaap gaat hij op zoek en brengt hij op zijn schouders terug. Bovendien legt het de nadruk op de relatie tussen dat ene schaap en de herder, niet tussen de kudde en de herder.

De kudde wordt door God en mens verlaten en in de woestijn achter gelaten. En laten we wel wezen: zo voelen wij ons ook wel eens. Niet omdat we afgedwaald zijn van de kudde, maar omdat we als kudde de Herder kwijt zijn. Waar is God in ons leven? Waar en hoe ervaren wij zijn aanwezigheid en leiding?
Als Jezus spreekt over de woestijn dan wordt door zijn discipelen het directe verband vanzelfsprekend gelegd met het volk Israël, dat 40 jaar door de woestijn zwierf. En als het volk Israël in de woestijn is heeft het maar wat vaak dezelfde ervaring van verlaten zijn: ze klagen bij Mozes en Aäron dat God er niet voor hen is. Gods antwoord is steevast dat Hij hen op de proef wilde stellen. Zijn ze bereid Hem te volgen zonder dat ze zien waar ze heengaan? Is de wetenschap in zijn aanwezigheid te zijn hen genoeg, zelfs als ze er niets van merken?

Kan een mens echt van God verlaten zijn? Jezus zegt dat hij tot de voleinding der wereld bij ons is. De tegenstelling staat en is niet eenvoudig. Ze hangt nauw samen met de vraag of God almachtig èn liefdevol kan zijn in een wereld met zo veel lijden. Maar daar zit misschien ook juist een sleutelpunt. God had deze wereld zo lief dat Hij er zelf voor wilde lijden. Als Hij het toestond en zelfs beval dat zijn Zoon zou lijden, wie zijn wij dan om een lijdenloos leven voor onszelf op te eisen? Als Christus zich vereenzelvigt met lijden en wij ons willen verbinden met Christus, wat zegt dat dan over ons leven en lijden? Er was één mens ooit echt door God verlaten; de goede herder.

Misschien is God bij ons in een gedaante of een gestalte die wij niet herkennen (de zieke, de gevangene, de arme). Misschien verbergt God zich soms, omdat Hij gezocht wil worden, meent Blaise Pascal. Misschien laat Hij zich niet kennen omdat Hij geloofd wil worden, roept Sören Kierkegaard. En als Dietrich Bonhoeffer gevangen zit, schrijft hij dat God soms van ons verlangt dat we met Hem leven alsof Hij er niet was. Bidden alsof het volledig van God afhangt en werken alsof het volledig van ons afhangt.

In de gelijkenissen die Jezus vertelt gaat het er naarmate zijn kruisdood nadert steeds vaker over dat we alleen gelaten zullen worden of er alleen voorstaan. Naast het verloren schaap zijn er bijvoorbeeld de wijnbouwers, de betrouwbare dienaar en de tien maagden. Maar steeds komt dan ook het moment dat ze niet meer alleen zijn, maar dat ze geconfronteerd worden met de terugkerende bruidegom, eigenaar, koopman en herder.

Ten slotte: het eenzame, afgedwaalde schaap. We hebben thuis een kinderboekje dat dit verhaal vertelt en daarin ligt de nadruk op hoe veel de herder lijdt als hij zijn schaap zoekt; zijn voeten gaan kapot, hij haalt zich open aan doornstruiken, hij bloedt, is moe en uitgeput. Daarmee beeldt het mooi uit hoe ver de herder gaat voor dat schaap. Hij zet zijn eigen leven op het spel . Uit liefde. En als ze samen terugkomen drinken alle schapen met de herder limonade, hebben ze feestmutsen op en hangen er slingers: feest!

(dit stukje stond ook in de Omgang van Juni)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Stem SGP

Hirsch Ballin: “We hopen dat ze bij zichzelf te rade gaan” En dan zijn ze de mannen van de SGP. Degelijke mannen met stropdassen die hard werken, die geen vlieg kwaad doen, maar die er een beetje rare beelden op nahouden. Moeten we die gaan lopen pressen bij zichzelf te raden te gaan, om gelijkvormig te worden, zoals wij, normale wezens? Man! Ga bij jezelf te rade.

Toen Geert Wilders ziek naar huis ging, was er één kamerlid die hem belde om te vragen hoe het er nu mee ging: Bas van der Vlies. Zalig zij die domme dingen zeggen, maar goede dingen doen.

Posted in Geest en waarheid, Politiek | Tagged , , | Leave a comment